Geheugenworkshop thuis

Acht weken met geheugenmethodes voor elke dag, één per week. Elke week heeft een korte methode, oefeningen op een vast niveau en één ding om in je dag te gebruiken.

8 weken2 terugkomweken1 sessie per weekNederlands

Gratis met een gratis account

Meld je gratis aan om de weken te volgen en je voortgang te bewaren. Elke oefening kun je ook los openen.

Gratis aanmelden

Zo werkt de cursus

Tempo

Eén sessie van 25 tot 30 minuten per week, en 5 minuten met het blad in de loop van de week. Eén of twee sessies per week, nooit meer dan drie. De dagen ertussen zijn om de methode in je dagelijks leven te gebruiken.

Drie manieren om mee te doen

  • Alleen, in je eigen tempo.
  • Met één andere persoon, die de methode hardop voorleest.
  • In een groep, waarin één persoon elke stap hardop voorleest.

Zes stappen per week

  1. Terugblik
  2. Opwarmer
  3. De methode
  4. Oefenen
  5. Gebruik het deze week
  6. Afsluiting

De weken

Eén week tegelijk, op volgorde. Je kunt een week altijd nog eens doen.

  1. 1

    Opmerken en benoemen

    Kijk, zeg het, geef het een vaste plek, schrijf het op.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Er is nog geen blad. Denk aan iets wat je soms kwijtraakt of vergeet, zoals je sleutels of een naam.

    2. Opwarmer

      Kijk tien seconden rond in de kamer. Sluit je ogen en noem drie dingen die je zag.

    3. De methode

      Dingen raken vaak kwijt omdat we niet echt opletten waar we ze neerleggen. Als je iets neerlegt, kijk er dan naar en zeg hardop wat en waar: ‘De bril, op de plank in de gang.’ Geef dingen die je elke dag gebruikt een vaste plek, en schrijf op wat je niet kwijt mag raken.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Kies één vaste plek voor je sleutels en je bril, en gebruik die de hele week.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Groeperen.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  2. 2

    Groeperen

    Verdeel dingen in een paar groepen, en onthoud de groepen.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Noem vijf soorten fruit. Zeg dan welke rood zijn.

    3. De methode

      Een lange lijst onthoud je makkelijker in een paar kleine groepen. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort: melk en kaas, appels en peren, brood en beschuit. Tel de groepen en hoeveel dingen er in elke groep zitten. Om het je te herinneren, ga je groep voor groep.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Schrijf het boodschappenlijstje van deze week in groepen, volgens de paden van je winkel.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Verbinden.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  3. 3

    Verbinden

    Verbind twee dingen met een beeld of een kort verhaal.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Stel je een kopje voor dat boven op een bus staat. Maak het beeld duidelijk, en een beetje gek.

    3. De methode

      Om twee dingen samen te onthouden, verbind je ze in één beeld: een sleutel die aan de klok hangt, een brief in de fruitschaal. Voor een korte lijst bedenk je een verhaal dat van het ene ding naar het volgende gaat. Zie elke stap duidelijk voor je, en vertel het verhaal dan opnieuw vanaf het begin.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Verbind drie boodschappen in één kort verhaal, en vertel het jezelf voordat je weggaat.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Een plek geven.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  4. 4

    Een plek geven

    Leg elk ding op een halte van een route die je kent.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Loop in gedachten door je voordeur naar binnen. Noem de eerste drie dingen waar je langs komt.

    3. De methode

      Kies een route die je goed kent, zoals de weg door je huis. Leg elk ding dat je wilt onthouden op een halte van de route, als een duidelijk beeld. Om het je te herinneren, loop je de route in gedachten opnieuw en kijk je naar elke halte. Gebruik elke keer dezelfde route.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Kies vijf haltes op een route door je huis, en loop die één keer per dag in gedachten.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Namen en gezichten.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  5. 5

    Namen en gezichten

    Herhaal de naam en verbind die met één kenmerk.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Noem de namen van drie mensen die je deze week zag of sprak.

    3. De methode

      Als je iemand ontmoet, herhaal dan de naam: ‘Fijn je te ontmoeten, Anneke.’ Verbind de naam dan met één ding over die persoon, zoals waar jullie elkaar zagen of wat diegene vertelde. Gebruik de naam nog een keer voordat jullie afscheid nemen, en denk er later die dag weer aan.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Gebruik de methode deze week bij twee mensen die je ontmoet.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Onthouden om het later te doen.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  6. 6

    Onthouden om het later te doen

    Koppel een plan aan een signaal: als dit gebeurt, doe ik dat.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Plan één klein ding voor het einde van deze sessie: als je de pagina sluit, sta je op en rek je je uit.

    3. De methode

      Om te onthouden dat je later iets moet doen, koppel je het aan een signaal dat je toch tegenkomt. Zeg het in één zin: ‘Als ik thee zet, geef ik de planten water.’ Zie het signaal en de handeling samen voor je, één keer, duidelijk.

      De oefening leert deze methode stap voor stap.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Schrijf twee plannen zoals ‘Als ik thee zet, geef ik de planten water’, en gebruik ze deze week.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Wat je leest en hoort.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  7. 7

    Wat je leest en hoort

    Haal de hoofdpunten eruit en hoe ze samenhangen.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Zeg in één zin wat je gisterochtend gedaan hebt.

    3. De methode

      Kies na het lezen of horen van iets drie hoofdpunten. Vraag je dan af hoe ze samenhangen: welk punt leidt tot een ander, welk punt is een voorbeeld. Zeg de punten en de verbanden hardop zonder te kijken, en controleer dan wat je miste.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Vertel na het nieuws of een radioprogramma iemand drie punten en hoe ze samenhangen.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Volgende week: Kies je methode.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  8. 8

    Kies je methode

    Welke methode voor welke klus.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk het blad van vorige week. Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

    2. Opwarmer

      Noem de methode uit deze cursus die je het fijnst vond.

    3. De methode

      Elke methode past bij een andere klus: een vaste plek voor wat je neerlegt, groepen voor een lijst, een beeld of verhaal om dingen te verbinden, een route voor dingen op volgorde, een naam herhalen, een signaal voor een plan en verbanden voor wat je leest en hoort. Houd de methodes die bij jouw dagen passen.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Vul je methodekaart in en leg hem waar je hem ziet.

      Je methodekaart

      Schrijf op wanneer je elke methode zou gebruiken. Wat je typt, blijft op dit apparaat.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Kom over een maand terug voor de eerste terugkomweek.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

Terugkomweken

Een maand en drie maanden na je laatste week kom je terug voor één korte sessie. Elke keer komen twee methodes nog eens terug.

De data verschijnen hier als je de laatste week af hebt. Ze worden alleen op dit apparaat bewaard, zonder meldingen.

  1. 1

    Een maand later

    Terug naar plekken en namen.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk je bladen van de cursus. Welke methodes gebruik je nog?

    2. Opwarmer

      Noem zonder te kijken drie methodes uit de cursus.

    3. De methode

      Loop de route van je geheugenpaleis nog eens en kijk wat er nog ligt. Gebruik dan de namenmethode: herhaal de naam, en verbind die met één kenmerk.

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Werk je methodekaart bij: schrijf op wanneer je elke methode gebruikt hebt.

      Je methodekaart

      Schrijf op wanneer je elke methode zou gebruiken. Wat je typt, blijft op dit apparaat.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. De laatste terugkomweek is over twee maanden.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

  2. 2

    Drie maanden later

    Terug naar ideeën en plannen.

    Bekijk de zes stappen
    1. Terugblik

      Bekijk je bladen van de cursus. Welke methodes gebruik je nog?

    2. Opwarmer

      Noem één methode die je deze week gebruikt hebt, en waar.

    3. De methode

      Kies na het lezen drie punten en hoe ze samenhangen. Maak dan één plan met een signaal: ‘Als ik …, dan …’

    4. Oefenen

    5. Gebruik het deze week

      Werk je methodekaart bij, en houd de methodes die voor jou werken.

      Je methodekaart

      Schrijf op wanneer je elke methode zou gebruiken. Wat je typt, blijft op dit apparaat.

    6. Afsluiting

      Noem één ding dat je vandaag fijn vond. Dat was de hele cursus: houd vast wat voor jou werkt.

    Wat je typt, blijft op dit apparaat. Het wordt nooit verstuurd.

Geheugenworkshop thuis · Week 1 van 8

Opmerken en benoemen

De methode

Dingen raken vaak kwijt omdat we niet echt opletten waar we ze neerleggen. Als je iets neerlegt, kijk er dan naar en zeg hardop wat en waar: ‘De bril, op de plank in de gang.’ Geef dingen die je elke dag gebruikt een vaste plek, en schrijf op wat je niet kwijt mag raken.

De opdracht van deze week

Kies één vaste plek voor je sleutels en je bril, en gebruik die de hele week.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 2 van 8

Groeperen

De methode

Een lange lijst onthoud je makkelijker in een paar kleine groepen. Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort: melk en kaas, appels en peren, brood en beschuit. Tel de groepen en hoeveel dingen er in elke groep zitten. Om het je te herinneren, ga je groep voor groep.

De opdracht van deze week

Schrijf het boodschappenlijstje van deze week in groepen, volgens de paden van je winkel.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 3 van 8

Verbinden

De methode

Om twee dingen samen te onthouden, verbind je ze in één beeld: een sleutel die aan de klok hangt, een brief in de fruitschaal. Voor een korte lijst bedenk je een verhaal dat van het ene ding naar het volgende gaat. Zie elke stap duidelijk voor je, en vertel het verhaal dan opnieuw vanaf het begin.

De opdracht van deze week

Verbind drie boodschappen in één kort verhaal, en vertel het jezelf voordat je weggaat.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 4 van 8

Een plek geven

De methode

Kies een route die je goed kent, zoals de weg door je huis. Leg elk ding dat je wilt onthouden op een halte van de route, als een duidelijk beeld. Om het je te herinneren, loop je de route in gedachten opnieuw en kijk je naar elke halte. Gebruik elke keer dezelfde route.

De opdracht van deze week

Kies vijf haltes op een route door je huis, en loop die één keer per dag in gedachten.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 5 van 8

Namen en gezichten

De methode

Als je iemand ontmoet, herhaal dan de naam: ‘Fijn je te ontmoeten, Anneke.’ Verbind de naam dan met één ding over die persoon, zoals waar jullie elkaar zagen of wat diegene vertelde. Gebruik de naam nog een keer voordat jullie afscheid nemen, en denk er later die dag weer aan.

De opdracht van deze week

Gebruik de methode deze week bij twee mensen die je ontmoet.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 6 van 8

Onthouden om het later te doen

De methode

Om te onthouden dat je later iets moet doen, koppel je het aan een signaal dat je toch tegenkomt. Zeg het in één zin: ‘Als ik thee zet, geef ik de planten water.’ Zie het signaal en de handeling samen voor je, één keer, duidelijk.

De opdracht van deze week

Schrijf twee plannen zoals ‘Als ik thee zet, geef ik de planten water’, en gebruik ze deze week.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 7 van 8

Wat je leest en hoort

De methode

Kies na het lezen of horen van iets drie hoofdpunten. Vraag je dan af hoe ze samenhangen: welk punt leidt tot een ander, welk punt is een voorbeeld. Zeg de punten en de verbanden hardop zonder te kijken, en controleer dan wat je miste.

De opdracht van deze week

Vertel na het nieuws of een radioprogramma iemand drie punten en hoe ze samenhangen.

Ruimte om te schrijven

Wat heb je geprobeerd, en hoe ging het?

Geheugenworkshop thuis · Week 8 van 8

Kies je methode

De methode

Elke methode past bij een andere klus: een vaste plek voor wat je neerlegt, groepen voor een lijst, een beeld of verhaal om dingen te verbinden, een route voor dingen op volgorde, een naam herhalen, een signaal voor een plan en verbanden voor wat je leest en hoort. Houd de methodes die bij jouw dagen passen.

De opdracht van deze week

Vul je methodekaart in en leg hem waar je hem ziet.

Je methodekaart

Wanneer ik hem gebruik
Opmerken en benoemen
Groeperen
Verbinden
Een plek geven
Namen en gezichten
Onthouden om het later te doen
Wat je leest en hoort

Geheugenworkshop thuis · Terugkomweek 1

Een maand later

De methode

Loop de route van je geheugenpaleis nog eens en kijk wat er nog ligt. Gebruik dan de namenmethode: herhaal de naam, en verbind die met één kenmerk.

De opdracht van deze week

Werk je methodekaart bij: schrijf op wanneer je elke methode gebruikt hebt.

Je methodekaart

Wanneer ik hem gebruik
Opmerken en benoemen
Groeperen
Verbinden
Een plek geven
Namen en gezichten
Onthouden om het later te doen
Wat je leest en hoort

Geheugenworkshop thuis · Terugkomweek 2

Drie maanden later

De methode

Kies na het lezen drie punten en hoe ze samenhangen. Maak dan één plan met een signaal: ‘Als ik …, dan …’

De opdracht van deze week

Werk je methodekaart bij, en houd de methodes die voor jou werken.

Je methodekaart

Wanneer ik hem gebruik
Opmerken en benoemen
Groeperen
Verbinden
Een plek geven
Namen en gezichten
Onthouden om het later te doen
Wat je leest en hoort

Gratis aanmelden

Oefen zonder limiet en bewaar je voortgang.